Denk & Beslis mee over zaken die
er toe doen in jouw regio

Zo zetten wij ons in voor een diverse en gezonde insectenpopulatie

2 maanden geleden
Geen reacties

Natuurmonumenten, Landschap Overijssel en Staatsbosbeheer zetten zich in hun terreinen in voor de natuur en houden daarbij natuurlijk rekening met de kleinste soorten die zich daar begeven. De berichten over de alarmerende achteruitgang van insecten hebben geleid tot een enquête over dit onderwerp. In dit artikel lichten we graag toe wat wij doen en laten in onze terreinen met het oog op de bescherming van insecten.

We gebruiken geen bestrijdingsmiddelen in onze natuurterreinen, tenzij er geen andere oplossing is om bijvoorbeeld oprukkende exoten zoals Amerikaanse vogelkers die onze inheemse soorten bedreigen, tegen te houden;

We maaien de graslanden na 15 juni, dus nadat de meeste kruiden uitgebloeid zijn;

We maaien, plaggen en branden de heide om deze te verjongen en zo vitaal te houden. Daar profiteren vele insectensoorten van;

We laten tijdens het maaien van de graslanden randen staan zodat niet in één keer alle vegetatie weg is. De randen die in de winter blijven staan bieden overwinterende insecten beschutting. Dit geldt ook voor onze graanakkers;

Voor onze graanakkers gebruiken we ongeschoond zaad. Dat is zaad waar onkruidzaden tussen de graankorrels zitten. Door dit zaad te gebruiken en dit ruimer te zaaien dan in de akkerbouw gebruikelijk is, krijgen typische akkersoorten als klaproos en korenbloem, en ook verschillende kamille- en wikkesoorten, kans om te kiemen. Dit zijn belangrijke drachtplanten voor wilde en honingbij;

We werken aan mooie gevarieerde bosranden (B(l)oeiende Bosranden), zowel qua soorten als structuur. Vooral door de zon beschenen bosranden, die bestaan uit bloeiende en bedragende struiken als meidoorn, sleedoorn, Gelderse roos, vuilboom, hondsroos en lijsterbes, zijn erg belangrijk voor insecten;

Bij aanleg en herstel van landschappelijke beplantingen gebruiken we zogenaamd autochtoon plantgoed. Dit zijn boompjes en struiken die oorspronkelijk inheems zijn in Nederland, die nakomeling zijn van bomen en struiken die zich hier sinds hun spontane vestiging na de laatste ijstijd (periode van ca 117.000 jaar vC tot ca 17.000 vC) altijd natuurlijk hebben verjongd, of die (kunstmatig) vermeerderd worden met strikt lokaal materiaal. Autochtone bomen en struiken zijn beter aangepast aan ziektes, aan uitzonderlijke vorstperiodes, en bloeien op momenten dat de (ook inheemse) vlinders, bijen, hommels en zweefvliegen de honing nodig hebben;

We laten dood hout in bossen staan en liggen. Staand dood hout biedt, nadat schimmels hun werk hebben gedaan, een ideale nestgelegenheid voor kevers, wilde bijen, nachtvlinders, mieren en vliesvleugeligen zoals mieren, hout- en bladwespen.

In onze bossen maken we open plekken voor de volgende generatie bos. Maar de eerste jaren bieden deze open plekken ruimte aan ruigtesoorten als braam, wilgenroosje en vingerhoedskruid. En deze zijn weer van belang voor insecten;

We leggen soortspecifieke biotopen aan, zoals steilrandjes in heideterreinen. De op het zuiden gerichte steilrandjes bieden nestgelegenheid aan een grote variatie van bijen en wespen die hun voedsel grotendeels van elders op de heide halen, aan roofinsecten als zandloopkevers en mierenleeuwen en aan warmteminnende sprinkhanen als doorntjes en blauwvleugelsprinkhaan. Een steilrandje herbergt zo een uitgebreide soortensamenstelling die eigenlijk alleen in deze samenstelling te vinden is bij grote kale plekken zand. De steilranden zijn dus zeer waardevolle insectenbiotopen die elders op de heide niet te vinden zijn;

We stimuleren het verminderen van wormmiddelen bij het graasvee in onze terreinen. Juist in mest van graasvee (pony’s, koeien en schapen) dat niet behandeld wordt met wormmiddelen komen vele soorten mestkevers voor en trekken de uitwerpselen vele insecten aan die van groot belang zijn voor bijvoorbeeld de pullen van weidevogels en kuikens van het patrijs. Het aanleggen van mesthopen van oude stalmest op de Sallandse Heuvelrug heeft dezelfde betekenis, zij het dat de kuikens van het korhoen zich hiermee kunnen voeden;

We stimuleren de aanleg van poelen en plasdrassituaties op (boeren)erven. Deze vochtige biotopen bieden modder voor de bouw van zwaluwnesten en tevens een voedselbron voor de zwaluwen om hier vliegjes en muggen te vangen voor hun jongen;

We stimuleren aanleg en herstel van boomgaarden en kleine landschapselementen als heggen. Fruitbomen bieden insecten honing, het valfruit (fruit dat mag blijven liggen) dient als voedselbron voor wespen maar ook voor muizen en bijvoorbeeld das. In heggen vinden vele insecten een schuilplek en voedsel;

We zetten projecten op als “Mijn Natuurakker“;

We stimuleren en subsidiëren organisaties die zich o.a. inzetten voor insecten. Denk hierbij aan gemeenten als Twenterand en Hof van Twente die zich inzetten voor respectievelijk patrijs en steenuil (afhankelijk van insecten) en initiatieven die werken aan biotoopverbetering voor bijvoorbeeld patrijzen.

Dit lijkt en is veel, maar de terreinbeherende organisaties kunnen maar beperkt een bijdrage leveren aan het behoud van onze insectenwereld! Maar wat we ook kunnen en moeten doen, is het gesprek gaande houden over deze zorgwekkende ontwikkeling. Zo houden we dit onderwerp ‘op de agenda van’ politiek, overheid, de agrarische sector, het bedrijfsleven en natuurorganisaties en zorgen we hopelijk voor een tijdige ommekeer.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *